De Grasparkiet "The Budgie"

 

Latijnse naam : Melopsittacus Undulatus (= gegolfde zang papagaai)

Engelse naam : Budgerigar "Budgie"

Duitse naam : Wellensittich

Oorsprong : Australië

Afmetingen : 16 à 17 cm

Gewicht : 30 - 40 gram

 

Grasparkietjes zijn vrolijke en gezellige vogeltjes met hele mooie kleuren. Ook zijn het zeer sociale vogeltjes. In de natuur leven ze in heel grote groepen. Er zijn vluchten van tienduizenden vogels gezien, in het broedseizoen nestelen ze in een klein gebied met wel tientallen paartjes per boom. De grasparkiet is lid van de grote groep papegaaiachtigen en is ook een ongelofelijk sterk vogeltje in "medische" zin. Ze zijn weinig vatbaar voor ziekten.

De eerste parkieten kwamen vanuit Australië naar Engeland in 1840, daarna kwamen ze naar Europa. De aboriginals noemden de vogeltjes "Bedgerigah" wat zoiets betekend als goed voedsel/goed eten. In Engeland werden ze in het begin van de 19e eeuw "undulated grass parakeet" genoemd, daar komt waarschijnlijk dan ook de nederlandse naam grasparkiet vandaan.

De export van "wilde" vogels is al sinds begin 1900 verboden. Daardoor kennen we in Europa eigenlijk alleen maar gekweekte vogels.

 

Als je twee of meerdere grasparkietjes kunt houden, dan zie je ze ook samen knuffelen, spelen en elkaar voeren. Grasparkietjes kunnen ook erg tam worden, vooral als ze van een heel jonge leeftijd in aanraking zijn geweest met mensen.


De grasparkietjes zijn nog altijd erg populair, er zijn verenigingen, tijdschriften en er is veel te vinden in boeken en op internetsites.

Hieronder volgen nog een aantal wetenswaardigheden;


Neusdop:
Aan de neusdop is (meestal) te zien of het een mannetje of vrouwtje is. Dit is het stukje kaal vlees op de bovensnavel waarin de neusgaten zitten. Mannetjes hebben een felblauwe of roze neusdop. Vrouwtjes hebben een bruine neusdop. Jonge vogels hebben meestal een lichtbeige neusdop of lichtblauwe, waardoor het niet zo gemakkelijk is om te zien of het een mannetje of een vrouwtje is. De neusdop verkleurt na de jeugdrui (met ongeveer 12 weken). Bij volwassen vogels met een lichte kleur is het dikwijls niet zo makkelijk om het geslacht te bepalen. Volledig gele of witte vogels bezitten onvoldoende pigment om hun neusdoppen te kleuren waardoor de mannetjes een roze neusdop hebben en de vrouwtjes een beige/bruine neusdop.

             pop                                                      man

 

Zien:
De grasparkiet ziet net als wij alles in kleuren. Doordat de ogen aan de zijkant van z'n kop zitten heeft de parkiet een enorm groot gezichts-veld. Zijn ogen nemen onafhankelijk van elkaar beelden op, zodat hij goed z'n omgeving in de gaten kan houden. Een parkiet kan meer dan 150 beelden per seconde verwerken, terwijl de mens er maximaal 16 kan verwerken. Hierdoor zullen er dus ook weinig ongelukjes gebeuren tijdens de vlucht in kleine ruimtes of in een grote zwerm soortgenoten.

Horen:

Een goed gehoor is voor de grasparkiet ook van levensbelang. Roep en zang vormen een bestandsdeel van de onderlinge communicatie. De grasparkiet hoort in frequenties van 400 tot ongeveer 20.000 Hrz. Bepaalde geluiden kan hij opslaan in z'n geheugen, en ze later weer gebruiken (bijvoorbeeld het praten).

Proeven:

De parkiet kent diverse smaak verschillen, dit kun je zien dat als de parkiet iets nieuws wordt voorgehouden dat ie eerst even met het tongetje proeft. Ze kunnen zelfs aan een bepaalde smaak bijna verslaafd raken, waardoor ze ander voedsel niet meer willen eten. Als je goed oplet kan je zien dat tijdens het eten eerst de lekkere dingen worden opgezocht en gegeten, daarna pas de rest.

 

Verenkleed:
Een parkiet heeft donsveren en dekveren. De donsveren zorgen voor de warmte, de dekveren tegen beschadigingen. De veren zorgen voor een waterafstotende isolatie. Buitenshuis ruien de parkieten zo'n twee keer per jaar; binnenshuis soms wel vaker. Oorspronkelijk was het grasparkietje groen, nu zijn ze er in allerlei kleurslagen, waarvan blauw en geel de bekendste zijn.

 

Lichaamstemperatuur:
Vogels zijn warmbloedige dieren. Ze hebben een normale lichaamstemperatuur van 40 tot 42 graden. Als de parkiet het koud heeft of een beetje ziek is zet hij zijn veren op ('bol zitten'). De laag warme lucht rond het lichaam wordt dan dikker. Om warmte kwijt te raken gaat hij sneller ademhalen (80 tot 100 keer per minuut is normaal) of met z'n vleugels uitgespreid zitten. Vogels kunnen niet zweten. Als er te grote temperatuurverschillen zijn in de omgeving van de parkiet dan gaat hij veel vaker ruien.

Pootjes:
Papegaai-achtigen, waaronder de parkiet, hebben 2 tenen naar voren en 2 tenen naar achteren, in tegenstelling tot zangvogels die 3 tenen naar voren en 1 teen naar achteren hebben. Hierdoor kunnen ze goed klimmen en zich (op muren en dergelijke) vasthouden.

Snavel en nagels:
Sterk gekromde bovensnavel zoals alle papegaaiachtigen. De ondersnavel is in rust in het verenkleed verborgen. De snavel wordt natuurlijk gebruikt om te eten, maar ook om te klimmen. Parkieten kunnen als ze echt willen een gevoelige beet uitdelen in de teerdere delen van de menselijke huid (oorlel, lip). Bij sommige parkieten wordt de snavel wel eens te lang: die moet dan bij de dierenarts geknipt worden! Dit komt vaak voor met vogels die een leverafwijking hebben door een onvolwaardige voeding. Soms worden de nagels ook te lang. Als je die zelf wilt bijknippen: niet te veel, het 'leven' (nagelwortel) loopt verder door dan je denkt laat daarom eerst uw (vogel)dierenarts zien hoe het moet. Voor de snavel (en ook voor de nagels) van de parkieten is het aan te raden om de plastic zitstokken uit de kooi te halen en te vervangen door (dikkere) houten zitstokken, bij voorkeur wilgentakken. Ook zijn mineraalstokken een goed idee.

 

Wetenschappers hebben ontdekt dat geeuwen ook onder grasparkieten bijzonder besmettelijk is.

En dat is interessant...

In het verleden is al veel onderzoek gedaan naar geeuwen. En ook naar het feit dat geeuwen besmettelijk is. Wanneer u een ander ziet geeuwen of een artikeltje leest over geeuwen, is de kans groot dat u zelf ook moet gapen. En niet alleen mensen hebben daar last van. Ook niet-menselijke primaten vertonen het gedrag.

Voor het eerst
Maar nog nooit is dit gedrag onder dieren die geen primaat waren, aangetoond. Tot nu. Wetenschappers ontdekten dat ook Melopsittacus undulatus (oftewel: de grasparkiet) vaak moet geeuwen als het dier een ander ziet geeuwen.

Besmettelijk De onderzoekers bestudeerden een groep grasparkieten. De dieren werden gefilmd en vervolgens werd gekeken wanneer ze geeuwden en welke invloed dat op soortgenoten had. Uit de beelden blijkt dat geeuwen inderdaad besmettelijk is. En niet alleen het geeuwen...

Strekken
De dieren rekten en strekten ook regelmatig. En ook daarvoor lieten ze zich inspireren door anderen. Vogels die een andere vogel zagen strekken en daarna binnen 20 seconden zelf strekten, strekten opvallend vaak op dezelfde wijze als de eerste vogel. Dat schrijven de onderzoekers in het blad Behavioural Processes.

Het onderzoek naar geeuwen is heel belangrijk. Nog altijd is namelijk niet helemaal duidelijk welke functie geeuwen nu heeft. Steeds meer onderzoeken wijzen er op dat geeuwen een sociale functie heeft. En ook deze studie lijkt dat te onderschrijven, want grasparkieten zijn bijzonder sociale vogels.